De wereld van Dhûbh

De verhalen van de Boeken van Dhûbh spelen zich af op een wereld genaamd Maerig.

De wereld van Maerig.

 

Maerig is een groen-blauwe wereld. In haar omloop bevinden zich 3 manen en ze wordt beschenen door 3 zonnen. Dit zorgt ervoor dat gedurende de warmste zomermaand het veertig dagen lang licht is over de hele wereld. De nachten zijn dan slechts schemerig. Op Maerig bevinden zich twee grote continenten. In het noordelijk halfrond is het grootste deel van de Maerigse beschaving gevestigd. De noordpool wordt ingenomen door de Verloren Kusten van Ys. Het zijn onherbergzame ijsvlakten waar de ijskorst steeds in beweging is. Het wordt dan ook wel het Levende Ys genoemd. De rest van het noordelijke continent wordt bewoond door verschillende volkeren die in relatieve vrede naast elkaar leven. De landdelen sluiten twee zeeën in : de Grote Maerzee en de Binnenzee. Het water rond het continent wordt Het Blauwe Eind genoemd. Meer naar het oosten ligt Firkàn, een vulkanische eilandengroep.

Daar waar het noordelijke halfrond vooral uit zee bestaat, wordt het zuidelijke halfrond voor het grootste deel door land ingenomen. Het bestaat grotendeels uit wouden. Slechts een klein deel van het land hier is gecultiveerd. De rest is een haast ondoordringbare wildernis waar enkel wat exotische stammen leven die zich ver weg van de “beschaving” houden. Er doen geruchten de ronde dat ergens in de onmetelijke wouden een oude stad staat waar zich onmetelijke rijkdommen bevinden.

( kaart onderaan de pagina )

 

Landen van het noordelijke continent.

 

Amodin-Amudàn: Een stadstaat die door een grote rivier, Blauwe Ader, in twee wordt gesneden. De twee stadsdelen hebben elk een eigen regering en trachten elkaar op alle mogelijke vlakken de loef af te steken. Dit uit zich vooral tijdens de feesten van Kàrn-ae-valji, waarbij iedereen onherkenbaar door de straten loopt. Het beroep met het meeste aanzien in de twee steden is dan ook zonder twijfel dat van maskermaker.

Het laagland van Arhos: Het centrale gebied van dit land bestaat uit een reusachtig moeras warhin de hoofdstad Arhos gelegen is. De twee andere steden van betekenis zijn Slork en Cnash. Bij de kust, op hoge kliffen, staat het fort Windpiek welk een toevluchtsoord is voor de koninklijke familie. De stad Arhos bestaat bijna uitsluitend uit paalwoningen die met houten looppaden met elkaar in verbinding staan. 's Nachts is het heel mistig en blijft de bevolking binnen vanwege een bloedzuigende nachtvlinder ter grootte van een kraai. Het moeras is berucht voor zijn grote verscheidenheid aan geneeskrachtige planten (en giffen).

Ariduinnen: Deze bergketen is het thuisland van de Ariduïnners, een volk dat gemiddeld slechts een meter twintig groot wordt. Ze staan niet enkel bekend omwille van hun schitterende smeedkunsten maar ook voor hun wereldbefaamde Maanbier. Het is het beste bier dat er gebrouwen wordt, wat jammer genoeg tot gevolg heeft dat je er al gauw dubbel of zelfs driedubbel zoveel voor moet neertellen dan voor een gewoon biertje. Het is een dapper volkje dat echter zelden de thuislanden verlaat, behalve dan om op handelsreis te gaan.

Avelaso: Een koninkrijk dat bestaat uit verschillende hertogdommen met elk een autonoom bestuur. Elk hertogdom is echter wel schatting verplicht aan het koningshuis van Kars. Noord-Avelaso valt ook onder het koninklijk rijk, maar door het wilde en koude klimaat heeft het zich afzijdig kunnen houden van het hoofse gekonkel. De westkust van Avelaso is tot op heden onafhankelijk. De havenstadjes daar vormen de Piratenkust. Het gebergte van de Grijze Pieken staat onder heerschappij van een roverhoofdman, Drogt.

Het laagland van Bleuniou: Bleuniou, Hout en Broen zijn de grootste steden van dit land. Torc is meer een handelsnederzetting, die langzaam aan het uitgroeien is tot een stad. Het landschap onderscheidt zich vooral door zijn ontelbare kleurschakeringen. Van oudsher worden er in Bleuniou bloemen gekweekt en door de eeuwenlange kruisingen zijn er zeer bijzondere varianten ontstaan. Sommige vleesetende bloemen worden gebruikt als ongediertebestrijders. Verder zijn er nog soorten die gassen afscheiden die hallucinogeen en slaapverwekkend kunnen werken. Andere soorten scheiden dan weer een dodelijk gif uit. De rijkere inwoners gebruiken zulke verdovende bloemen in de tuin rond hun eigendom ter bescherming tegen inbrekers. Hoe de bloemen juist weten op wie ze moeten reageren, is niet bekend. Eén maal per jaar viert men het grote bloemenfestival.

Boteilanden: Op deze eilandengroep liggen enkele onafhankelijke vissersdorpjes. Ze hebben hun naam te danken aan de mooie beeldjes uit vissenbotten die de inwoners maken.

Centrale Hoogvlakte en Midwacht: De Centrale Hoogvlakte wordt van de rest van het continent gescheiden door twee kloven: het Scimmig Nauw en het Duister Nauw. Om de Centrale Hoogvlakte te bereiken zijn er twee tolbruggen; over elke kloof één. Buiten enkele kleine dorpjes zijn er twee grote steden: Binnenwacht en Midwacht. Deze laatste is niet de grootste stad op de wereld, maar wel de belangrijkste. Midwacht wordt dan ook wel het centrum van de wereld genoemd. De orde van de Bewaarders en de orde der Genezers hebben hier hun hoofdkwartier. De stad kreeg het zwaar te verduren tijdens de Grote Oorlog en het huidige Midwacht werd dan ook grotendeels opgetrokken bovenop de resten van de oude stad. In de diepe ondergrondse resten van het oude Midwacht liggen heel wat rijkdommen te rapen voor de ondernemende en niet te angstige avonturier. Het Koninklijk huis van Midwacht stamt al van voor de Grote Oorlog en heerst dus al vele eeuwen over de Centrale Hoogvlakte. Om de stad te beschermen, werd er een "buitenhaven" aangelegd, een eindje buiten de kust. Enkel het handelsgilde van Midwacht mag het goederentransport verzorgen van en naar Midwacht, wat natuurlijk het handelsgilde een macht geeft waar rekening mee dient gehouden te worden.

Donkerland: Het Donkerland behoorde in een ver verleden tot Avelaso. Het scheurde zich af van het koningshuis van Kars en werd een onafhankelijke staat. De afscheiding had vooral economische redenen. Politiek gezien hebben de twee landen echter nog sterke banden met elkaar. Het grootste deel van het land bestaat uit een groot woud, het Spiewoud, dat in twee gesneden wordt door de Blauwe Ader. Deze rivier, waarover veel handel gedreven wordt, is als het ware de geldbron van het land. Over deze rivier wordt hout verhandeld. Diep in het woud zijn ook enkele goed verborgen mijnen waar edelstenen gedolven worden. Ook de honing uit het Spiewoud is een zeer gegeerd produkt. Donkerland wordt geleid door de familie Tharvall, die door Donbar Do Ulffcaer officieel geadopteerd werd. De huidige heerser van Donkerland draagt dan ook de naam: Otgar Tharvall do Ulffcaer. Floerick Tharvall Do Ulffcaer, is zijn zoon. De bevolking van Donkerland heeft echter slechts een beperkte toegang tot het woud. In de diepere gedeelten van het spiewoud, die haast ondoordringbaar zijn, woont nog een ander volk. Het is een rijzig volk, waarvan de leden zelden gezien worden. Ze drijven wel handel met de bevolking van Donkerland, maar enkel 's nachts.

Drakevleugel: Een groot deel van Drakevleugel is omgeven door de Vuurbergen. In de woestijnachtige vallei staat een natuurlijk kunstwerk. Een veld bezaaid met rotspieken die als reusachtige torens naar de hemel wijzen. In deze rotspieken bevindt zich de stad van de Draigoian.

Groot Hart: In dit woud komen slechts zelden mensen uit andere landen. De enige stad die rechtstreeks in contact staan met de omliggende landen is Daòlaèn. De hoofdstad van het Groot Hart ligt ergens diep in het woud verscholen. De inwoners van het land, zijn rijzige mensen met puntige oren. Ze worden ook wel Jagers genoemd. Om het Groot Hart te doorkruisen, moet men tol betalen. De reizigers worden ook verplicht om op de wegen en de voorziene kampeerplaatsen te blijven. Overtreders worden gestraft en ook wordt hen de doorgang levenslang ontzegd.

Halmond: Dit koninkrijk ligt ten zuiden van het Groot Hart en strekt zich oostelijk uit tot de baai van Lagad. De zuidelijke grens valt samen met het einde van het Koninginnenwoud. Het land is vooral bekend omwillen van zijn uitzonderlijke paardenfokkers.

Holthe: Dit is een zeer uitgestrekt koninkrijk waar de hoofse waarden hoog in het vaandel gedragen worden. De savanne-achtige vlaktes lenen zich goed voor de jacht. Dat is dan ook het favoriete tijdverdrijf van de adel en de koninklijke familie. In elke stad, Hoogholt, Steenvoet en Somt, is er een koninklijk paleis. Aangezien de hele hofhouding het hele jaar door het land rondtrekt, in functie van de jacht, worden de paleizen slechts sporadisch gebruikt.

Klauw: Deze grillige landengte onder aan de Smeltkroes herbergt de stad Ton. Het is een onguur oord en een verzamelplaats van de zuidelijke piraterij. Het zijn ook de enigen die naar het zuidelijke continent varen om handel te drijven, waarbij ze mekaar regelmatig overvallen.

Kraaiepoot: Deze rotsige eilandengroep, net buiten Midwacht zit vol grotten en gangen. Hier woont een geheimzinnig volk waarvan de leden slechts uitzonderlijk naar Midwacht komen om de noodzakelijke voorraden in te slaan. Ze hullen zich in donkere mantels die gemaakt zijn van grote veren. Regelmatig worden er boven de eilanden grote gevleugelde wezens gezien.

Leurplateau: Zuidtip, Laluz en Leurmond zijn de drie grote steden. Ook in dit land wordt er graag gejaagd. Het wild is er wel groter dan in de andere delen van de wereld.

Meerland: Dit land bestaat vooral uit meren en moerassen. De grootste steden zijn Losgànn, Lismond, Mos, Merend en Rolhavn. Losgànn, aan de meest noordelijke punt van het Langmeer, is de hoofdstad. Op de hoofdstad en Merend na, zijn alle andere steden en dorpen gebouwd op palen die boven het water uitsteken. Ze drijven vooral handel in vis en enkele geneeskrachtige mossen. In de moerassen leeft ook een bepaalde spin die met een enkele beet een volwassen man binnen enkele tellen kan doden. Ondanks het gevaar worden de draden van haar webben geoogst om er nagenoeg onverwoestbaar touw van te vlechten. Ze zijn ook zeer goede scheepsbouwers (de Maerheks is van hun hand) en leveren dan ook schepen aan de meeste landen. Het meer Spiegel is het religieuze centrum van het Meerland.

De Mistheuvels: Blauwstraat, Kreukel en Wondol zijn de kleine stadjes die tot het domein van de Mistheuvels behoren. Er woont een volk van mensen die slechts één meter twintig groot worden. Het is een fel volkje dat volgens eigen zeggen de taak heeft de Mistheuvels te bewaken. Deze laatste zijn namelijk talloze grafheuvels van een oude vergeten cultuur. Ze stammen uit de tijd van de Grote Oorlog en misschien zelfs nog van daarvoor. Volgens de overlevering zouden er zelfs draken begraven liggen. De combinatie draak en grafheuvel wordt door menig avonturier gelinkt aan onmetelijke schatten. Grafrovers worden echter door de Fògron'sheergh, zoals het kleine volkje zichzelf noemt, genadeloos achternagezeten en gestraft. Langsheen de hele rand van de heuvels, waar constant mist doorheen stroomt, staan staken met daarop de hoofden van de minder fortuinlijke avonturiers die door de bewakers betrapt werden.

De stadstaten van Nakuu: Boven het Maanwoud liggen de steden Nakuu, Leeuwekop en Haeckstad. Dit zijn drie onafhankelijke stadstaten die een vriendschappelijke relatie onderhouden. Eén maal per jaar houden ze vriendschappelijke wedstrijden inde grote arena van Nakuu om mekaar de loef af te steken in paardrijden, strijdwagenrace, speerwerpen, boogschieten, zwaardvechten, verspringen, hardlopen, worstelen en zwemmen. De kunst is om zoveel mogelijk diciplines te winnen, hoewel de winnaar van de strijdwagenrace toch wel de meest aandacht krijgt.

Nordland: Deze noordlijk gelegen eilandengroep lijkt op het eerste zicht ruw en onherbergzaam. De grootste eilanden zijn Hoofd, Klein Hoofd, Càlhof, Wolvepoot, Bàn en De Vier Zusters. De Nordlanders zij vissers en zeevaarders. In een ver verleden deden ze barbaarse invallen in de omringende landen. Hun plundertochten en krijgshaftigheid worden in de noordelijk gelegen landen nog steeds herinnerd en de verhalen erover worden nog steeds gebruikt om kinderen af te schrikken. Ze leven nu vooral van visvangst en schapenteelt en drijven handel in alle mogelijke zaken die daarvan afkomstig zijn. De bevolking is onderverdeeld in Clans met elk een dierennaam die van belang is in hun mythologie. Leden van een bepaalde clan krijgen op hun meerderjarigheid een tatoeage op de schouder met de gestilleerde afbeelding van hun clandier. De oorspronkelijke clans van het Nordland zij die van de Meeuw, de Aalscholver, het Zwijn, de Rat, de Beer, de Hermelijn, de Sneeuwkat, de Haas, de Vos, de Slang, de Das, de Wolf en de Hond. Jarenlang waren er schermutselingen tussen de verschillende clans. Toen de zoon van de Clanvader van de Wolf meerderjarig werd, kreeg hij twee tatoeages. De afbeelding van een wolf en die van een draak. De Clan werd die van de Wolf en de Draak en onder die naam slaagde de toenmalig Clanvader erin om alle clans van het Nordland te verenigen. Sindsdien zijn hun afstammelingen de wettige heersers van Nordland.

Oogwoud: Het donkere woud dat tussen de Stormkaap en de Witte Vliet ligt, dankt zijn naam aan een meer dat "Het Oog" genoemd wordt. Het is een bedevaartsoord, een plek van bezinning. Om er te geraken moet men echter dwars door het woud waar vreemde en gevaarlijke wezens zouden leven. Het water van het meer heeft echter genezende eigenschappen, waardoor er altijd wel groepen mensen doorheen het woud trekken en de gevaarlijke tocht wagen. Ondanks de vele angstaanjagende verhalen zijn er slechts enkelen omgekomen tijdens die tocht.

Sienpiek: Deze, op het eerste zicht natuurlijke rotspiek, is eigenlijk een majestueuze toren die op het eilandje Arch gebouwd is. De toren stamt uit de tijd van voor de Grote Oorlog en zou naar verluidt door mede door magie gebouwd zijn door drie Schutsheren. Eigenlijk zijn er twee eilandjes, Arch en Pickr. Hier is de school gevestigd van Archmaer waar magiërs opgeleid worden. Van boven op de grote toren kunnen de Wakers door bijzondere ramen de hele wereld afspieden naar bijzondere gebeurtenissen.

De Smeltkroes: In deze gloeiend hete woestijn zijn slechts enkele oases. Deze waren vroeger grote steden, die in de loop der tijden zo goed als volledig opgeslokt zijn door het zand. In de oase Clecq, waar de grootste (zichtbare) ruînes te vinden zijn, worden edelstenen gedolven. Doorheen de Smeltkroes trekken het hele jaar door handelskaravanen die regelmatig overvallen worden door roversbendes die zich schuilhouden in de diepe woestijn. De hoofdstad van dit rijk is Abuthar. De schepen die van hieruit vertrekken drijven handel met zo goed als de hele wereld. Vooral specerijen en de legendarische Smeltkroestapijten worden uitgevoerd. De zoutwaterkrokodil, die hier door het warme klimaat reusachtige afmetingen kan aannemen, wordt hier vereerd als een soort god.

Speer: Dit eiland in de Grote Binnenzee is vooral begroeid met dikke mossen en weelderige struiken. In het midden van het eiland staat een grote obelisk, gegraveerd met vreemde symbolen. In de basis ervan zit een deur die volgens de overlevering zou leiden naar het Maerigse verblijf van de goden. Rond de obelisk staan schrijnen die elk gewijd zijn aan een god of godin. Er wonen slechts enkele tientallen priesters op het eiland die als taak hebben de schrijnen te onderhouden en de bedevaarders te ontvangen. Voor zover geweten, is de deur in de obelisk nog nooit geopend geweest.

Stormkaap: Om de een of andere reden komen er hier veel meer stormen voor dan elders aan de kusten. In de vele grotten woont een gemeenschap van strandjutters die leven van wat er aanspoelt.

Twrchirfind: Op dit eiland in de Grote Binnenzee heerst een subtropisch klimaat. Het grootste deel van het eiland bestaat dan ook uit jungle. Er staat een zeer oude trappiramide, welk een tempel is waar een levensecht beeld van een reusachtig zwijn vereerd wordt. De mensen die er wonen zijn groot, gepierd en krijgshaftig.

Visstad: "Een inwoner van Visstad ruikt men van verre aankomen." In Visstad ligt een gote vissersvloot van het Gilde van de visvangst. Er zijn reusachtige ijskelders, pekelhuizen en rookhuizen. Zelfs enkele schepen zijn uitgerust met "ijsruimen" om de vis zo vers mogelijk op bestemming te krijgen.

De Vuurbergen: Hier wonen enkele bergstammen, een ruw volkje dat zeer goed is in jagen en spoorzoeken. De geruite mantels geven aan tot welke stam ze behoren.

De Wilde Steppe: Dit is een zacht glooiend grasland. In het noorden vormt de Rode Keer de grens met Donkerland. Doorheen de Wilde Steppe loopt de Blauwe Ader. Het volk van de Wilde Steppe is nogal op zichzelf en het zijn fantastisch goede ruiters. In de hoofdstad, Drost, staat een grote tempel met evenveel gebouwen rond als er stammen zijn. Het is eerder een religieus centrum.

De Verloren Kusten: Deze kuststrook zit verborgen onder het Levende Ys. Ze is steeds in beweging.

Verzonken land: Dit bergachtig eiland was lang geleden verbonden met het Leurplateau. In de nasleep van de Grote Oorlog is het losgescheurd van het vastenland en voor een groot deel in zee verzonken. De oude hoofdstan van de Schutsheren, Graondan, is toen volledig van de aardbodem verdwenen.

Yzren: Op dit eiland is het hoofdkwartier van de orde van Dhûbh gevestigd. De Meestertoren staat boven op de kliffen en kijkt uit over een groot deel van het eiland. Centraal op het eiland ligt de School van Dhûbh. Jongelingen van over heel de wereld komen naar hier in de hoop dat ze toegelaten worden tot een van de meest veelzijdige opleidingen ter wereld.

 

Maerig

Noordelijk continent